DataNZ | Data Conversion Services

About Us

Contact Us

Email

XML SAMPLES:

Dutch Literature

<?xml version="1.0" encoding="us-ascii"?>
<!DOCTYPE XLite PUBLIC "- "xlite.dtd">
<XLite>
<teiHeader>
<fileDesc>
<titleStmt>
<title>x</title>
<author>x</author>
<editor>x</editor>
</titleStmt>
<editionStmt>
<p>GEBRUIKT EXEMPLAAR</p>
<p>bb</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>ALGEMENE OPMERKINGEN</p>
<p>x</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>REDACTIONELE INGREPEN</p>
<p>x</p>
<p>&nbsp;</p>
</editionStmt>
<publicationStmt>
<availability>
<p>2002 dbnl</p>
<p>&nbsp;</p>
</availability>
<idno>x</idno>
</publicationStmt>
<sourceDesc>
<p>x</p>
<p>&nbsp;</p>
</sourceDesc>
</fileDesc>
<encodingDesc>
<p>DBNL-TEI 1</p>
</encodingDesc>
<revisionDesc>
<change>
<date>x</date>
<respStmt>
<name>x</name>
</respStmt>
<item>colofon toegevoegd</item>
</change>
</revisionDesc>
</teiHeader>
<text>
<body>
<chapter>
<pb n="III"/>
<div><head1><b><i>DICHTEN EN SPELEN VAN JAN VAN DEN BERGHE</i></b></head1>
<pb n="IV"/>
<p><b>UITGAVE VAN DE VEREENIGING DER ANTWERPSCHE BIBLIOPHIELEN</b></p>
<p><b><i>TWEEDE REEKS</i></b></p>
<p><i>Nummer 4</i></p>
<pb n="V"/>
<p><b>DICHTEN EN SPELEN VAN</b></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>JAN VAN DEN BERGHE</b></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>UITGEGEVEN DOOR</b></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Dr. C. KRUYSKAMP</b></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>[illustration]</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>'S-GRAVENHAGE</p>
<p>MARTINUS NIJHOFF</p>
<p>1950</p>
<pb n="VI"/>
<p>N.V. VAN DE GARDE &amp; CO'S DRUKKERIJ, ZALTBOMMEL</p></div>
<pb n="VII"/>
<div><head3><b>INHOUD</b></head3>
<p>&nbsp;</p>
<p><sc>Woord Vooraf</sc> IX</p>
<p><sc>Inleiding</sc> XI</p>
<p><sc>Het Leenhof Der Gilden</sc> I</p>
<p>De Parafrase van het Leenhof 37</p>
<p><sc>De Refreinen</sc> 47</p>
<p><sc>Hanneken Leckertant</sc> 61</p>
<p><sc>De Wellustige Mensch</sc> 89</p>
<p><sc>Register</sc> 145</p></div>
<pb n="IX"/>
<div><head3><b><i>WOORD VOORAF</i></b></head3>
<p>&nbsp;</p>
<p><i>Uiterlijk vormen deze verzamelde werken van <name type="person">Jan van den Berghe</name> het pendant van de in 1944 door <name type="person">Dr. G. Degroote</name> bezorgde uitgave der geschriften van <name type="person">Jan van den Dale</name>; het toeval van het spiegelbeeld dat men in de namen kan zien, verhoogt nog de symmetrie. Innerlijk is de overeenkomst niet zo groot; het werk van Van den Berghe is ook omvangrijker en staat over het algemeen uit een litterair oogpunt hoger. Hij is bekend als auteur van <title>Hanneken Leckertant</title>, maar dit is zeker niet zijn belangrijkste werk. Zijn overige geschriften waren vergeten of zelfs geheel onbekend; zij worden hier voor het eerst verzameld uitgegeven en zij vormen een &oelig;uvre dat uniek is in onze rederijkersliteratuur. Elk van de genres van deze literatuur wordt hier vertegenwoordigd door een zeer karakteristiek en grotendeels op hoog peil staand specimen, dat niet alleen den vakman belang zal inboezemen, maar dat ieder die enige liefde heeft voor onze oude, en speciaal voor de zestiende-eeuwse literatuur, kan boeien. De stukken bevatten bovendien vele folkloristisch en cultuurhistorisch interessante passages en zijn door hun rijke woordenschat een belangrijke bron voor de lexicografie van die periode, zodat ook de Nederlandse philologie met deze uitgave gediend kan zijn. Er is overigens naar gestreefd, door een eenvoudige transcriptie en een behoorlijke interpunctie de lectuur ook voor den niet-vakman aantrekkelijk te maken; de inhoud zelf is zeker ook voor de leek boeiend</i>.</p>
<p><i>Het verheugt mij dat de</i> Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen, <i>hoewel zij de kosten van de uitgave niet kon dragen, dit werk in de reeks harer publicaties heeft willen opnemen. Aan het bestuur van de Soci&euml;teit</i> Trou moet Blycken <i>te <topo>Haarlem</topo> past een woord van dank voor de welwillendheid waarmee zij de manuscripten geruime tijd te mijner beschikking stelde en voor het verlof tot publicatie van de nog onuitgegeven teksten. Voorts aan allen die op enigerlei wijze aan de totstandkoming van deze uitgave hebben medegewerkt</i>.</p>
<p>C.K.</p></div>
<pb n="XI"/>
<div><head3><b>INLEIDING</b></head3>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bergen en dalen ontmoeten elkaar niet, volgens het spreekwoord, maar zij plegen toch naast elkaar te liggen, en zo kan men ook gevoeglijk zeggen dat <name type="person">Jan van den Berghe</name> en <name type="person">Jan van den Dale</name> in onze literatuur naaste buren zijn. Zij waren vrijwel tijdgenoten en deelden tot voor kort het lot der vergetelheid bij het nageslacht<note n="1" place="v"><name type="person"><sc>Kalff</sc></name> noemt Van den Berghe nauwelijks in zijn &lsquo;Zestiende Eeuw&rsquo;; hij kent hem slechts als auteur van Hanneken Leckertant. Het <title><i>Leenhof der Gilden</i></title>, van &lsquo;Jan van Diest, facteur der Violieren&rsquo; (Kalff wist nog niet dat dit Van den Berghe is), doet hij af in een noot, daar het niet behoort tot de werken die &lsquo;der moeite waard&rsquo; zijn. Ook in de grote <i>Geschiedenis</i> heet het: &lsquo;Bij Jan van Diest &hellip; &hellip; behoeven wij niet stil te staan&rsquo;</note>; in hun tijd in &eacute;&eacute;n adem genoemd<note n="2" place="v">In het voorbericht van de <title><i>Const van Rhetorike</i></title></note>, vinden zij ook nu weer gelijkelijk en vrijwel gelijktijdig belangstelling bij den geschiedschrijver<note n="3" place="v">Zie de uitgave van <sc>Van den Dale</sc>'s &lsquo;Gekende Werken&rsquo; door Dr. <name type="person">G. <sc>Degroote</sc></name></note>.</p>
<p>Over de persoon van Jan van den Berghe is ons, zoals dat met vrijwel alle rederijkers het geval is, vrijwel niets bekend. Wat de documenten omtrent hem bewaard hebben, is door Dr. <name type="person">Van Eeghem</name> een tiental jaren geleden bijeengebracht in het tiende hoofdstuk van zijn <title><i>Rhetores Bruxellenses</i></title><note n="4" place="v"><i>Revue belge de Philologie et d' Histoire</i> 1936, 57 vg.; een enkele aanvulling wordt beneden (blz. XVI) gegeven.</note>. In substantie komt dat op het volgende neer. Het eerst wordt Van den Berghe genoemd in 1537, wanneer hij als opvolger van <name type="person">J. Casus</name> tot factor van de Violieren wordt benoemd. In 1539 neemt de Antwerpse kamer met groot succes deel aan het Gentse landjuweel: &lsquo;Ende wy speelden daer een seer goet spel, daer wy af hadden den hooghen en meesten prys, vier selveren cannen, te samen ix merc. Ende den factuer, voor synnen persoen, j silveren cop van iiij onsen&rsquo;. Wij nemen aan dat Jan van den Berghe deze gelukkige was, die dan ook de drie refreinen voor het refreinfeest van dat jaar geschreven zal hebben. Op het twee jaar later te <topo>Diest</topo> gehouden landjuweel, georganiseerd door <rhet>De Lelie</rhet>, behaalde hij wederom een eerste prijs, ditmaal met zijn esbattement van <title>Hanneken Leckertant</title>. Weer twee jaar later is hij in <topo>Brussel</topo>, bij <rhet>Het Boek</rhet>: &lsquo;Jan vandenberghe facteur vanden boecke Die was inden eedt ontfangen als facteur Anno xv<sup>c</sup>xliij&rsquo;. Uit zijn Brusselse tijd is geen stuk met zekerheid van hem aan te wijzen, al kan men wel enige vermoedens dienaangaande uiten. Heel lang schijnt hij er niet geweest te zijn: de zo even geciteerde bron zegt, onmiddellijk aansluitend aan het voorgaande: &lsquo;Daer naer is hy vertroecken ende tantverpen facteur gemaec&rsquo;. In 1551 tekenen de <rhet>Violieren</rhet> inderdaad aan: &lsquo;Dese Regeerders hebben doen spelen het spel van den Wellustigen Mensche, dat zeer wel gespeelt wert, dat gemaekt hadde <name type="person">M. Jan van den Berghe</name>, alias van Diest, facteur<pb n="XII"/> van onser caemere&rsquo;. En in 1556 ten slotte wordt hij nogmaals in de annalen van dezelfde kamer vermeld: &lsquo;Noch speelden wy, voor den oude Boghe &hellip; Van den peys / Ghanseman, ghestelt by <name type="person">Jan van den Berghe</name> net&rsquo;, waarop onmiddellijk volgt, wat door Dr. <name type="person">Van Eeghem</name> wordt opgevat als de &lsquo;zin&rsquo; van het zinnespel: &lsquo;Vrede sticht vreucht, maer twist / eer, deucht en welvaert belet&rsquo;. Dit spel is niet bewaard<note n="1" place="v">De titel is misschien niet zo vreemd als hij schijnt: <i>gansen</i> is een gewone mnl. vorm die geheel overeenkomt met ons <i>helen; ganseman</i> kan dus zeer wel &lsquo;heelmeester&rsquo; betekenen, wat een zeer aannemelijk epitheton voor de vrede is.</note>. Drie jaar later stierf Van den Berghe te <topo>Brussel</topo>, blijkens het slot van de reeds eerder aangehaalde aantekening in het register van <rhet>Het Boek</rhet>: &lsquo;&hellip; ende quam al sieck te bruesselle om hem te vermaekene ende sterff hier te brusselle in merte a<sup>o</sup> XV<sup>c</sup> ende lix&rsquo;.</p>
<p>Deze feiten, hoe weinige ook, zijn voldoende om ons Van den Berghe te doen kennen als een actief rederijker, verbonden aan enkele van de belangrijkste kamers van rhetorica, gevierd bij de tijdgenoten en stellig een vruchtbaar auteur; wij mogen wel aannemen dat hij vrij wat meer geschreven zal hebben dan tot ons gekomen, of althans ge&iuml;dentificeerd is. Zijn overgeleverd werk zullen wij nu wat nader gaan beschouwen, ons evenwel in hoofdzaak bepalende tot het hier uitgegevene; enige in de bovengenoemde opsomming ontbrekende, eerst later ontdekte stukken kunnen daar dan aan worden toegevoegd.</p>
<p>Op het oudste gedateerde stuk van Van den Berghe, zijn spel voor het Gentse landjuweel van 1539, zullen wij hier niet ingaan. Het is reeds vrij uitvoerig besproken door Dr. <name type="person">Van Dis</name> in de Inleiding tot zijn <title><i>Reformatorische Rederijkersspelen</i></title> en door hem en Dr. <name type="person">Ern&eacute;</name> opnieuw uitgegeven met al de and